Boekfragmenten Ziel en Geest, deel 1 uit de serie De Weg van de Zonnevonk

 

Boekfragmenten

Hoofdstuk - Inleiding. (blz. 31)


Het paradigma als denkraam

 

Ons individueel paradigma kunnen we zien als een denkraam waarbinnen we denken, zien en handelen. We kunnen dat zien als een soort vierkantje. Zonder weerstand kunnen we niet buiten dit denkraam zien en handelen. We zijn ons meestal niet bewust dat dit denkraam onze werkelijkheid bepaalt en begrenst. De grenzen van het denkraam van de ander kunnen we pas zien als dat denkraam kleiner is dan het onze, als ons vierkant groter is dan dat van de ander. Met andere woorden, als ons denkraam het denkraam van de ander kan omvatten. Als ons vierkant kleiner is, kunnen we bij de ander niet constateren dat zijn denkraam ruimer is dan het onze, omdat we niet buiten onze eigen grenzen kunnen zien. Het probleem is vaak dat het soepele denkraam dat een ieder had in zijn kinderjaren, verhardt tot een stug en onwrikbaar paradigma. Het is dan een raamwerk als een gevangenis, waarbinnen het denken, zien en handelen zit opgesloten in een voortdurende herhaling van hetzelfde. De soepelheid en tolerantie verdwijnen dan uit ons leven en maken plaats voor conservatisme, dogmatisme en in het ergste geval fundamentalisme.

 
Wat is het doel van het Heliosboek? (blz. 36
)

 

Het doel is een bron van wijsheid en inzicht te zijn. Het is een boek voor mensen die wijsheid en inzicht zoeken en die bereid zijn daarvoor ook moeite te doen. Maar het is geen gemakkelijk boek. Het is een boek dat soms op confronterende wijze mensen wijst op datgene waarmee men bezig is. Ieder mens, iedere lezer haalt datgene uit dit boek wat voor hem belangrijk is en wat aansluit bij zijn ontwikkeliing. Het boek heeft de intentie om zowel de positieve kanten van het menszijn te belichten als de materiële context waarbinnen de mens zich bevindt, evenals de negatieve aspecten. Helios zal veel spreken over de balans tussen materie en immaterie en over de universele wetmatigheden die werken volgend de universele Godsprincipes. In het boek komt verder het samenspel tussen de verschillende voorkomende energetische krachten aan de orde, zowel materiële als immateriële krachten. Helios laat het verband zien tussen de verschillende universele wetmatigheden, zodat u bepaalde levensprocessen die daaruit kunnen voortvloeien beter kunt begrijpen. Het boek wil deze balans toelichten en begrijpelijk maken, zodat de lezers zich deze balans eigen kunnen maken. Hierdoor levert het Heliosboek op zijn eigen bescheiden wijze een bijdrage aan de ontwikkeling van de essentie van mensen. Echter, de mensen moeten het zelf doen en ze moeten het ook willen. Het boek is alleen een hulpmiddel , een leidraad, een soort wegwijzer voor bewustwording of, als er bij de lezer als bewustwording is, een verfijning van deze bewustwording.

 

De zoeker is vinder, de vinder is nog steeds een zoeker (blz. 64)

 

Alles wat er is komt voort uit het verlangen van God om te ervaren. Mensen zijn daar een afspiegeling van. Ook als mensen denken het gevonden te hebben, zijn ze nog altijd een zoeker en nog lang niet uitgezocht. Dat komt omdat Gods verlangen om te ervaren oneindig groot is. Zo groot dat de beweging, die dit verlangen draagt, alles met zich meeneemt. Mensen kunnen heel goed in staat zijn te zoeken en voor hun gevoel ook te vinden, maar ze zullen nooit de vinder zijn die kan rusten en kan zeggen: "Ik hoef niets meer te doen, want ik heb het gevonden." Dat kan niet, omdat de universele beweging van het zoeken steeds maar doorgaat en doorgaat. Alles is één en één is alles. Alles komt voort uit het verlangen van God om te ervaren, alles keert terug naar het verlangen van God. De zoektocht naar de ervaring is een afspiegeling van dit Godsverlangen. Die ervaring is de vondst van de zoeker, maar deze vondst zal altijd weer een nieuwe ervaring voortbrengen. En zo is de cirkel rond.

 

Boekfragmenten:
Hoofdstuk 1 - De Ziel (blz. 69) 

 

Vraag 35:
Bestaat er een ziel in de mens? Zo ja, wat is dan de ziel in de mens? (blz. 72)

 

Een mens bestaat uit een ziel en een lichaam. Dat wil zeggen, een lichaam dat uit materie en materiële energie bestaat en een ziel die is opgebouwd uit immateriële energie (niet-materiële energiebundels). Deze energiebundels zijn samengesteld uit vele fijnstoffelijke deeltjes van fijnmazige structuren. Die bundels van fijnstoffelijke levensenergie zitten in de energiecentra die zich op verschillende plaatsen boven, achter en voor het lichaam bevinden. Deze plaatsen noemen we chakra's en staan met elkaar in verbinding. Als deze chakra's met elkaar in harmonie zijn, zijn de mens en zijn lichaam in een volkomen evenwicht. "Ziel' is in feite een uitdrukking voor dat wat buiten de materie staat. Dat wil zeggen het fijnstoffelijke gedeelte van de energiestromen die zich in en buiten het lichaamsoppervlak bevinden. Wanneer de mens sterft, verzamelt deze energie zich en wordt die gebundeld in een grote stralende lichtbundel. Dit is de ziel van de mens, een vervolkoming van de eens in het klein ontsproten zonnevonk. De zonnevonk is een deel van de ziel en wel dat deel dat we essentie noemen. De zonnevonk is in ontwikkeling en zal zich steeds verder gaan manifesteren als een steeds grotere en stralendere lichtbundel. Deze ontwikkeling van de zonnevonk hangt af van de mate van fijnmazigheid van zijn energiestructuur en van de wijze waarop en mate waarin de zonnevonk zich op dat moment heeft ontwikkeld.

 

Vraag 42:
Wat is de reden dat de immateriële energie zich bundelt? (blz. 77)

 

De bundeling van immateriële energie is noodzakelijk, omdat bundelen een eenheid van kracht geeft, waardoor de energie sterker geconcentreerd is en daardoor veel meer vermogen in zich heeft om te bestaan. Een gevolg van de bundeling is dat de bewustzijnsaspecten die gekoppeld zijn aan de immateriële levensenergie dan evenredig toenemen. Immateriële energie die niet gebundeld is, blijft ijl en vluchtig en wervelt rond in de universele werelden. Dat zou geen zin hebben als alleen deze energie in de immateriële wereld aanwezig zou zijn. Het zou ook niet eens kunnen, want de immateriële energie heeft ook een drang, een verlangen in zich om zich juist te gaan bundelen om zo een eenheid in energie te worden. Gebundelde immateriële energie is een eenheid op zich. Dat is de drijfveer achter alles wat IS. Alles is energie. God is energie. Alle zonnevonken, zonnekrachten en universele Godsprincipes zijn immateriële energie en als deze energie heeft één verlangen in zich: universele eenwording tot één universeel bewustzijn. Dat is wat het is.

 

Vraag 54:
Wat bedoelt Helios met het trillingsgetal van de zonnevonk? (blz. 84)

 

Wanneer Helios spreekt over de trillingsgetallen van de zonnevonk, dan bedoelt hij de kern van de zonnevonk. Want daar gaat het om. De kern van de zonnevonk is de kern van de essentie en dus ook de kern van het Ware ZIJN. De buitenkant van de zonnevonk draait minder snel, omdat de omwentelingen van de energiebanen daar veel groter zijn. Die draaiende beweging zorgt ervoor dat de zonnevonken in beweging blijven en dat de energie sterker kan worden. De energie van de zonnevonk beweegt zich met een bepaalde snelheid, die we het trillingsgetal noemen. Het trillingsgetal van de zonnevonk is de mate waarin en de wijze waarop de immateriële levensenergie zich beweegt in die zonnevonk. Naarmate de zonnevonk sneller beweegt, neemt het trillingsgetal toe. Het is een overlevingsdrang om steeds verder te wentelen. Via de ervaring gaat een zonnevonk naar een hoger trillingsgetal. De energiebundeling van de zonnevonk wordt dan sterker en sterker, totdat uiteindelijk de zonnevonk een zonnekracht is geworden. Dan zijn de wentelingen zo snel geworden dat ze de snelheid en de kracht bezitten van een zonnekracht. Via zeer vele ervaringen kan de zonnevonk een zeer hoog trillingsgetal en een staat van oneindig onbegrensd gewaarzijn bereiken. De zonnevonk heeft zich dan ontwikkeld tot een zonnekracht die een waarachtige afspiegeling is van Gods zonnekracht.

 

Boekfragmenten: 

Hoofdstuk 2 - De geest (blz. 123)

 

Vraag 104:
De Christelijke leer spreekt over de Heilige Geest. Wat bedoelt deze leer daarmee? (blz. 124)

 

Met de Heilge Geest bedoelt de Christelijke Leer de goddelijke vonk, de zonnevonk. Het gaat dan vooral om contact leggen met de zonnevonk en dus ook om contact leggen met God. Het is verwarrend dat woordje Geest, omdat de menselijke geest iets heel anders is. Heilige Geest wil zeggen: de geest van het heilige van God. Maar dat kan niet, want God heeft geen geest. God IS. De zonnevonk is een afsplitsing van God en IS dus ook. Geest zou men beter kunnen vervangen door het begrip goddelijke vonk. Dat duidt precies aan wat het is.

 

Vraag 109:
Wat is de geest in de mens? (blz. 131)

 

De geest is dat wat de mens als mens ervaart in zijn leven op aarde. Het lichaam van een mens is opgebouwd uit delen die ook uit energieën bestaan. Maar deze energieën zijn van een geheel andere aard en structuur dan die van de ziel. De geest is een resultaat van de energieën die zich in de hersenen en zenuwen manifesteren. De gedachten (taal) van de mens vloeien voort uit de geest. Geest is een materiële energiebundeling, dat wil zeggen een bundeling van materie en materiële energie. De mens is aan de materie gebonden, de geest vloeit voort uit deze materiegebondenheid. Geest is de menselijke zintuiglijke ervaring plus nog wat. Dat 'nog wat' bestaat uit het karakter, impulsen van buitenaf, de opvoeding, de cultuur en alles wat een mens in zijn leven ondergaat. Hij ervaart dit eerst alleen inzijn materiële vorm, namelijk de geest. Als geest en gevoel op den duur beter met elkaar in evenwicht komen, ervaart de mens steeds meer met zijn ziel, ofwel zijn essentie.

 

Vraag 137:
Krishnamurti maakt onderscheid tussen geest en brein. Wat bedoelt hij hiermee? (blz. 150)

 

Geest is volgens Krishnamurti het geheel van alles wat er in en om mensen aan materiële impulsen aanwezig is. De geest als ontvanger van impulsen, als doorgeefluik van impulsen en als uitzender van impulsen. Het brein is het deel dat het centrumgebied vormt van waaruit de geest zich manifesteert en is niet alleen dat wat Helios denkpunt noemt. Krishnamurti onderscheidt geen denkpunt maar het brein, waarbij het brein de zetel van het denkpunt is. Brein kunt u zien als de machinekamer van de geest, het materiële deel van de geest, terwijl de geest ook nog alle materiële impulsen in-, uit- en doorzendt. Het is een materieel compact onderdeel van de gesst. Brein en hersenen kunt u wel gelijkstellen aan elkaar. De hersenen zijn het brein. Daar gebeurt alles en wat daar gebeurt is geest. Brein is materieel tastbaar in de hersenen. geest is materieel voelbaar, merkbaar door de processen die de geest in gangzet, coördineert en verder leidt. 
 

Boekfragmenten:

Hoofdstuk 3 - Het onderscheid tussen het denken en de gedachten (blz. 189)

Vraag 186:
Als het denken geen gedachten en geen hersenimpulsen is, wat is het denken dan? (blz. 193) 

 

Denken komt voort uit hersenimpulsen. Het denken zelf is woordloos. Doordat u echter taal beheerst, bent u in staat met woorden uiting te geven aan het denken en deze direct door middel van de spraak te uiten. Denken is geen taal, maar een voorimpuls ervan. Het zet aan tot taal en is rechtstreeks afkomstig van hersenimpulsen. Denken zelf is geen hersenimpuls, want het denken is een uitingsvorm en een uitingsvorm kan nooit de impuls zelf zijn. Materiële energie vormt het denken. Wat is dan denken? Helios kan het kort samenvatten: Denken is een woordloze uitingsvorm, waarbij waarnemingen tot één punt samengebracht worden en worden waargenomen. Deze waarnemingen zijn afkomstig vanuit alles wat aan impulsen door de zintuigen bij de mensen binnenkomt. Dat is woordloos. Dan volgt razensnel een reactiespel tussen de binnengekomen informatie en de hersenimpulsen. Dit reactiespel is woordloos en is denken. Omdat een mens een spraakvermogen heeft, kan hij het resultaat van dit reactiespel, dus het denken, in een taal uiten. Kan hij om de een of andere reden niet spreken, dan uit hij het denken op een andere wijze, zoals door muziek, gebaren en dans. Daartoe zijn er vele communicatievormen.

 

Vraag 208:
Wat is een nachtmerrie en wat is de betekenis ervan? (blz. 206)

 

Een nachtmerrie is een droom waarin vastzittende blokkades zich kenbaar maken. De gedachten scheuren zich als het ware los van de blokkades. Het zijn vaak zeer diepliggende emoties, die alle te herleiden zijn tot angst, verdriet, boosheid en dergelijke. Een nachtmerrie verschilt niet veel van een droom. Zij is heftiger en emotioneler, omdat daarin de emoties worden verwerkt. Door de nachtmerrie wordt de mens meer dan door een droom gedwongen de emotie te voelen. Een droom is vaak een scala aan indrukken die beeldend worden weergegeven. Een gewone droom is in de regel minder heftig emotioneel dan een nachtmerrie. Beide hebben tot doel te laten voelen wat er is, waarbij de droom vaak alleen nog maar in de herinnering blijft als een vage indruk met een vaag gevoel. Een nachtmerrie zet zich overduidelijk neer, de emotie barst los en de mens schrikt ervan en moet voelen, of hij wil of niet. Nachtmerries komen altijd voor in tussenliggende periodes als reactie op onverwerkte emoties. Dromen komen regelmatiger voor, dagelijks, als reactie op alle indrukken van het leven van alledag. Alles wat overdag niet zo goed een plekje kan krijgen, krijgt 's nachts in de droom een plek. Wanneer zo'n emotie te diep gaat vastzitten, ontstaat er een ophoping van emoties, die dan gebundeld in een nachtmerrie, naar boven borrelt en de mens ertoe dwingt de emoties aan te kijken. Energetisch zijn beide gelijksoortig. Dromen zijn echter milder, nachtmerries heftiger. Beide zijn materiële energievormen en dienen ervoor om de mens goed te laten blijven functioneren. Dromen en nachtmerries reinigen de menselijke geest van tijd tot tijd. De mens krijgt op deze manier de kans blokkades op te ruimen, wat zijn algemeen welbevinden bevordert. Wanneer de mens zich dit bewust is, kan hij, terwijl hij zich in zijn bewustzijn bevindt, de dromen en nachtmerries voelen en zo de weg naar zijn essentie vrijmaken van blokkades.

 

Vraag 243:
Als we voortdurend in gedachten zijn en die gedachten laten gaan als een onbeheerste stroom woorden, blokkeren deze dan het realiseren van onze verlangens? (blz. 228)

 

Ja, dat is juist. De onbeheerste woordenstroom in uw gedachten werkt vertragend op de energie die de verlangens moeten gaan realiseren. Het is echt heel belangrijk te leren de gedachten alleen te gebruiken als u ze nodig heeft. De verlangens worden wel gerealiseerd als dat voor uw groei belangrijk is, alleen belemmeren de gedachten de stroom van materiële en immateriële energie die deze verlangens in gebeurtenissen moet gaan omzetten.


Boekfragmenten:

Hoofdstuk 4 - Het denken en de gedachten stilzetten (blz. 241)


Vraag 251:

Op welke wijze kunnen we de geest van de 21-eeuwse mens bij zijn stilte brengen? (blz. 242)

 

Het gaat erom met de gedachten zodanig te kunnen omgaan dat u de gedachten en de functie van de gedachten in uw leven bepaalt en niet andersom. Veelal is dit laatste het geval. De gedachten beheersen de mens volledig en daardoor is hij niet in staat verder te komen buiten de grenzen van het materiële wereldje van de mensen om. Als de mens in staat zou zijn zijn gedachten volledig te sturen, zou hij alleen gedachten hebben als die nodig zijn voor zijn dagelijkse handelingen of voor beslissingen die hij moet verwoorden. Staan uw gedachten veelal stil, dan bent u stil in uzelf en zijn de reacties vanuit het denken geminimaliseerd. Dan heeft u een intensief contact met uw essentie. Door dit samenspel tussen essentie en denken ontstaat vanuit een geheel nieuw bewustzijn een evenwicht. De mensenwereld zou er totaal anders uitzien, omdat men andere beslissingen zou nemen. Het is uiterst belangrijk om de gedachten als een instrument te gebruiken, net als uw handen, armen of benen. Deze beheersen toch ook niet uw leven? Pas als u uw gedachten zodanig kunt sturen dat die u niet meer sturen, kunt u als mens in contact leven met uw essentie. Pas als er evenwicht is tussen gedachten en ZIJN, is er bewustzijn en kan de mens dat doen wat hij moet doen, namelijk zijn zonnevonk ontwikkelen. Als u uw gedachten beheerst, beheerst u uw woorden, uw daden en uw hele gedrag. De gedachten beheersen is het eerste, dan vloeit de rest er vanzelf uit voort. Elke andere manier is zinloos. De mens beseft nog veel te weinig hoeveel invloed zijn gedachten en de hieruit voortkomende woorden en daden hebben op zijn gehele leven. Vaak is de essentie geblokkeerd geraakt door emoties en moeten eerst die emotionele blokkades weg zijn voordat er een goed contact kan zijn tussen gedachten en ZIJN. Het loslaten van de emotionele blokkades gebeurt met pijn, gedachten, woorden en ook daden. Dit alles komt uit de blokkade voort. Wanneer u zich hiervan bewust bent, zullen de gevolgen ervan veeel minder verstrekkend zijn. Dan is er bewustwording en kan de blokkade zich gaan opheffen. Als u niet bewust bent van Dat wat IS en van wat u bent en doet, zullen ervaringen zich gaan herhalen. Bewustzijn is de eerste stap, de gedachten beheersen de tweede stap, contact leggen met uw essentie de derde stap. Dit is alles.

 

Vraag 270:
Op welke wijze kan de mens zijn gedachten stilzetten? (blz. 253)

 

Bij gedachten stilzetten gaat het om één ding: alle impulsen negeren die u van buitenaf en van binnenuit krijgt. Dat klinkt voor u tamelijk abstract, maar toch is dat de enige methode. U negeert de warboel in uw hoofd en richt zich op uw kernpunt. Dat kernpunt kunt u zelf bepalen. Dit kan de ademhaling zijn, een lichaamsdeel, een chakra of een klank. Het is een focuspunt, waarbij de gedachten specifiek op één ding gericht worden. Uiteraard wordt het denken hierbij betrokken; het denken wordt op één punt gericht, waardoor alle andere impulsen stilvallen. Alles wat aan gedachten opkomt, negeert u. Daarbij is overgave naar dat wat IS heel belangrijk. De wil - een grote storende factor - moet u hierbij volledig uitschakelen. Als u verder geoefend bent zal dit veel gemakkelijker gaan en kunt u alle impulsen negeren. Gedachten stilzetten is de gedachten focussen op een punt, zodat alle impulsen genegeerd kunnen worden. Binnen die ruimte kan contact met de immateriële energie ontstaan. Gedachten stilzetten is eigenlijk een aandachtstraining.

 

Vraag 297:
Wat gebeurt er als we mantra's gaan zingen? (blz. 269)

 

Bij het zingen van mantra's worden uw gedachten gefixeerd op een klank, bijvoorbeeld 'au'of 'oo'. Uw gedachten zijn alleen op deze klank geconcentreerd. Ver weg zijn uw gedachten niet, want anders zou u deze klanken niet kunnen voortbrengen. Door mantra's te zingen traint u uw gedachten om zich rustig te houden. Uw gedachten worden tot een enkele geluidstrilling gereduceerd en die trilling kan weer heel goed contact leggen met uw essentie. Ze worden op deze wijze gedwongen stil te zijn en zich te richten op het ZIJN, zodat het kanaal naar de essentie geopend kan worden. De trillingen van de mantra openen dit kanaal. Wellicht zult u plotseling vanuit de essentie een heldere ingeving krijgen. Deze is ook een gedachte, maar een uiterst functionele gedachte vanuit een zeker weten. Op deze wijze kunt u van de essentie boodschappen krijgen. Mantra's zingen is heel nuttig om de gedachten te fixeren en het kanaal met uw essentie te openen.

 

Vraag 314:
Wordt inzicht geboren vanuit de stilte in ons ZIJN? (blz. 284)

 

Als u uw gedachten stilzet, kunt u stilte ervaren. U kunt ook stilte ervaren door stilte te ervaren, waardoor uw gedachten worden stilgezet. Het is het één of het ander. De gedachten stilzetten geeft stilte, maar stilte leidt ook tot de gedachten stilzetten. Stilte ervaren brengt automatisch met zich mee dat u op dat moment uw gedachten tot rust heeft gebracht. Inzicht in dingen kan inderdaad ontstaan op die momenten waarop de gedachten stil zijn. Dat zijn dan de ogenblikken waarop contact met de zonnevonk, de essentie, kan worden gemaakt. Inzicht komt vanuit de essentie, mensen kunnen het door plotselingen ingevingen ontvangen. Dat kan inderdaad alleen als er in de mens zelf stiltemomenten zijn. Het inzicht is er altijd al, maar in de stiltemomenten kan de mens het pas horen.

 

Boekfragmenten:

Hoofdstuk 5 - Het voelen (blz. 293)

 

Vraag 365:
Een ervaring spiegelt iets. Wat spiegelt een ervaring?

 

Een ervaring spiegelt altijd de zijnssituatie of zijnstoestand van de essentie op dat ene moment. De ervaring spiegelt hoe andere ervaringen zijn ervaren en verwerkt of hoe ze juist niet zijn verwerkt. Ervaringen laten altijd iets zien. Ze laten zien wat voor vermogens de mens in zich draagt, maar ze laten ook zijn onvermogen zien. Het is met ervaringen hetzelfde als met rimpels in het water als u er een steen in gooit: wanneer u een kiezelsteentje in het water gooit, zijn er kleine rimpels, maar wanneer u grote keien in het water gooit, zijn er grote golfbewegingen. Het zijn reacties op dat wat het water op dat moment ervaart: een kleine turbulentie of een grote turbulentie. U ziet het, maar het water ervaart het. Dat water kunt u vergelijken met de essentie, de mens die de stenen gooit  met alle energetische acties die het leven met zich meebrengt. Die rimpels in het water zijn de ervaringen van de essentie. De mens die ernaar kijkt, bent u als waarnemer, als mens. U kunt als mens twee dingen doen: u kunt zich vereenzelvigen met die ervaring en er ziek en beroerd van worden. Dan bent u die ervaring. Als persoon mens bent u dan volkomen gevangen in uw persoonlijkheid, zodat u geen kant meer op kunt en zich ziek en naar gaat voelen, met alle gvolgen van dien. U kunt ook de ervaringen ervaren op een afstand, als waarnemer. Dan bent u niet de ervaring en u ondergaat niet die ervaring: u neemt alleen waar, en dat is precies de houding die de beste is voor uw welzijn als mens en als essentie. U ervaart op afstand, u staat erbij en u kijkt ernaar en uw essentie kan de ervaring op zich laten inwerken en een goede plek geven. De ervaring is een spiegel: hoe onthechter u bent, hoe helderder het spiegelbeeld is en hoe meer u aan die ervaring heeft. Een ervaring is een spiegel en daardoor een leermoment om als mens te beseffen dat u alleen verder komt als u volkomen in uw bewustzijn leeft, in uw ZIJN leeft en in contact staat met uw essentie.

 

Vraag 366:
Wat is het doel van spiegelen? (blz. 332)

 

Spiegelen is een van de natuurprincipes. Een natuurprincipe is een gevolg van een universeel Godsprincipe. Spiegelen is dus geen universeel Godsprincipe; het komt eruit voort. Het vloeit voort uit het verlangen van de zonnevonk zich te ontwikkelen tot een zonnekracht. Dat is wel een universeel Godsprincipe. Doordat de zonnevonk hiertoe allerlei energieën in beweging zet, dus acties neerzet, komen er energieën terug. Deze reacties zijn de spiegels en dienen ertoe om de zonnevonk te laten zien hoe het met zijn ontwikkeling gesteld is. Dat betekent dat dit voortdurend gebeurt. Een mens krijgt spiegels te zien. Hij ziet ze echter nauwelijks, waardoor hij zich emotioneel gaat verweren tegen deze spiegels. Daardoor ontstaan blokkades, waardoor weer andere spiegels te zien zijn die hij weer niet ziet en die weer een blokkade opwerpen. Deze eeuwige cirkel kan de mens alleen doorbreken als hij in staat is zijn spiegels te zien en dan niet overgaat tot een emotionele tegenreactie. Het is belangrijk dat de mens zich hiertoe volledig in zijn ZIJN bevindt of ten minste pogingen doet om in zijn ZIJN te verkeren. Dat maakt al veel uit. Zodra de mens probeert zich te trainen en te oefenen om de spiegels te zien en waar te nemen, is hij in staat een stap verder te komen, waardoor hij zijn negatieve emotionele cirkel kan doorbreken. Het doel van het spiegelen is de zonnevonk te laten zien hoe ver zijn ontwikkeling is. Als de zonnevonk niet meer gebonden is aan de materie, is er geen spiegeleffect meer zoals u dat nu kent als mens. Dan is er alleen sprake van weerkaatsing van het zelf. Dat wil zeggen dat de zonnevonk zich daar bevindt waar zijn energetische trilling op aansluit. Daardoor wordt hij opgenomen in de sfeer waarin hij zich bevindt. In de materiële wereld is er sprake van spiegelen, omdat de materie de energieën breekt en teruggeeft. Spiegelen zoals u dat kent, is typisch iets voor de materiële wereld.

 

Boekfragmenten:

Hoofdstuk 6 - De intuïtie (blz. 377)

 

Vraag 428:
Wat is intuïtie? (blz. 378)

 

Intuïtie is het in contact zijn met uw eigen essentie zonder tusenkomst van emoties en gedachten. Het is het 'op uw gevoel leven', zoals mensen dat ook wel noemen. Intuïtie is heel essentieel voor een mensenleven. Mensen zouden intuïtie nog veel meer moeten gaan ontwikkelen. Het is voor mensen heel moeilijk het verschil te voelen tussen dat wat de intuïtie hen ingeeft en dat wat gedachten en emoties ingeven. Als een mens steeds weer oefent en oefent, leert hij steeds beter het verschil begrijpen en kan hij heel goed gaan vertrouwen op zijn intuïtie. Intuïtie is vaak onduidelijk en een vaag, onbestemd gevoel. Gedachten en emoties overstemmen het veelal. U moet eerst oefenen om goed met deze emoties en gedachten om te gaan, zodat ze u niet beheersen. Dan kunt u veel beter de stem van uw essentie, dus van uw intuïtie, horen. De essentie is de kern van de immateriële energie in u, de intuïtie is het contact met de immateriële energie van de essentie. Om goed voor uw essentie te kunnen zorgen, zodat zij zich goed kan ontwikkelen, is een goed contact ermee, dus een goede intuïtie, onontbeerlijk. Intuïtief voelen en intuïtie zijn vrijwel gelijk aan elkaar. Met dien verstande dat intuïtie het totaal aan energetisch fijnstoffelijk materiaal aangeeft en intuïtief voelen alleen aangeeft wat je hiermee doet, namelijk voelen. 

 

 

 

Boekfragmenten:

Verantwoording (blz. 393)

 

Channeling en het ruisprobleem

 

Wetenschap, esoterie en channeling

 

De huidge wetenschap heeft haar kennis gebaseerd op het meten. Alle verschijnselen in de materiële wereld worden teruggebracht tot meetbare eenheden die waarneembaar zijn met onze zintuigen. Iets bestaat pas in de wetenschap als het meetbaar is. Dit houdt een enorme beperking in. Alles wat dus niet meetbaar is en niet teruggebracht kan worden tot het waarneembare niveau van onze zintuigen bestaat dan niet. Het paradigma wordt hierdoor ernstig beperkt en zal uitsluitend een materieel wereldbeeld geven. De immateriële wereld wordt als niet bestaand gezien en ondergebracht bij de godsdienst en het geloof. Deze beperking voorkomt dat de immateriële krachten niet waargenomen worden. De gevolgen van deze immateriële krachten vallen in dit beperkte paradigma onder de noemer toeval.

 

De keuze die de wetenschap heeft gemaakt is wel begrijpelijk. Het niet zintuiglijk waarneembare wordt individueel en collectief door mensen wisselvallig geïnterpreteerd. Deze interpretatie  wordt vaak gedomineerd door ego-krachten en andere psychische vervormingen. Deze individuele en collectieve vervormingen noemen we ruis. Niet alleen de materiële wereld wordt verschillend waargenomen en vervormd door ruis ook de interpretatie van het immateriële is vervormd door zeer veel ruis. Deze vervormingen worden niet erkend en zeer onderschat.

 

Een goede methode om de immateriële wereld zichtbaar te maken is channeling. Er worden in onze huidige tijd veel meer boeken gechanneld. Veel meer mensen raken hierdoor vertrouwd met het bestaan ervan. Dat is een positieve ontwikkeling waardoor deze bron van informatie zich als een aanvaardbare bron kan ontwikkelen. Maar daar zit ook een schaduwzijde aan. Channeling is als bron van informatie alleen betrouwbaar als de ontvanger de ruis in de informatie tot een minimum weet te reduceren. Maar channeling kan alleen serieus genomen worden als de ontvanger zich bewust is van het ruisprobleem. Dat hij/zij zich ervan bewust is dat de mogelijkheden groot zijn dat er in de verkregen informatie vervormingen zijn opgetreden.

 

Om dit ruis probleem te minimaliseren is het belangrijk dat de ontvanger zich bewust is van zijn ego-aspecten en de invloed die dit heeft op zijn ontvangst. De verkregen informatie mengt zich gemakkelijk met zijn eigen overtuigingen. Als hij geen vragen stelt aan zijn bron, de verkregen informatie niet checkt via andere vragen, is het gevaar groot dat hij zijn eigen overtuigingen gaat bevestigen. De bron is altijd zuiver, maar de ontvangers maken er soms een knoeiboel van. Wil channeling betrouwbaar zijn dan moet het aan een hele reeks voorwaarden voldoen. Zomaar openstaan voor wat er binnenkomt kan voor de ontvanger wel interressant zijn, maar is zelden geschikt voor anderen. De ontvangers, maar ook de lezers zouden veel kritischer moeten staan tegenover de gevolgde methoden.

 

Het grote probleem waar we nu in zitten is dat channeling een negatieve betekenis gaat krijgen omdat er zo slordig en onwetend mee wordt omgegaan. Er worden vele gemakkelijk geschreven boeken via channeling uitgegeven, terwijl allerlei oncontroleerbare theorieën via channeling als de waarheid gepresenteerd worden, met maar één doel, zoveel mogelijk boeken te verkopen. Winst bejag is belangrijker geworden dan betrouwbare informatie. Ook vele uitgevers doen hier aan mee. Veel mensen trekken al hun wenkbrauwen op als ze horen dat de bron van een boek channeling is en terecht zijn daar redenen voor. Wat zijn de waarborgen die bij kunnen dragen dat de ruis in het gechanneld materiaal minimaal is?

 

De eerste stap zou moeten zijn dat iedereen die channelt zich bewust is van deze ruis vorming. Het is essentieel dat de ontvanger leert deze uit te schakelen wil hij enigszins betrouwbare informatie overhouden. Om de betrouwbaarheid van de ontvangen informatie te optimaliseren is het beste wat de ontvanger kan doen door zo veel mogelijk objectieve vragen te stellen aan zijn bron. Dat wil zeggen, vragen die vrij zijn van emoties en die aan minimale eigen voldoen. De emotionele gemoedstoestanden van de ontvanger mogen geen enkele rol spelen bij de ontvangst en bij het formuleren van de vraag. Vragen stellen geven richting aan de ontvangen informatie. De gids onbeperkt aan het woord laten geeft vrij veel ruis. En het roepen van ik krijg wat door kan aardig zijn voor de ontvanger maar is volkomen ongeschikt voor anderen.

 

Iedereen die channelt zou het ruisprobleem aan de orde moeten stellen om aan te geven dat hij/zij hiervan op de hoogte is en de juiste voorzorgsmaatregelen heeft genomen. Het medium kan aan zijn/haar gids vragen wat de juiste maatregelen kunnen zijn om de ruis te minimaliseren. Elke gids zal hierop antwoorden. Zonder strikte voorwaarden aan het channelproces kan iedereen een verhaal verzinnen. Elke schrijver zou eigenlijk in zijn boek verantwoording moeten afleggen aan de lezer wat hij gedaan heeft om de ruis te minimaliseren. Het zou jammer zijn dat door de huidige ontwikkeling channeling niet meer als een serieuze bron gezien kan worden. We zouden dan afgesneden zijn van een prachtige bron van informatie over wie wij als mens zijn en wat onze taak hier op aarde is. Willen we onze gewelddadige mensenwereld verzachten dan is het nodig te erkennen dat naast de materiële krachten er ook enorme immateriële krachten in ons leven aanwezig zijn.

 

Tot slot de laatste vraag.

 

Vraag 453:
Wie is Helios? (blz. 404)

 

Helios is een lichtwezen dat niet op aarde geleefd heeft. Onder lichtwezens kunt u engelen verstaan, maar ook energievelden die bijdragen aan het in stand houden van het grotere universele geheel. Helios is geen engel, maar een energetisch krachtenveld dat deel uitmaakt van het kosmische geheel, dat alles draagt en bijeenhoudt. Zo'n energetisch krachtenveld kunt u een Godsprincipe noemen. Er zijn zeven van dergelijke velden. Helios is daar één van. Helios is ook geen gids. Een gids is een zonnevonk dat niet meer hoeft te incarneren binnen de aardse materie. Een gids heeft zijn ervaringen binnen de materie voltooid. In de immateriële wereld heeft u te maken met allerlei soorten energievormen, die elk hun eigen specifieke trillingseenheden en -structuren vertonen. Helios kunt u zien als een lichtwezen met een bepaalde energiestrutuur. Hij is geen personificatie, maar een energetisch krachtenveld. Helena is in staat contact te leggen met dit energetisch krachtenveld. Mensen geven engelen, gidsen en energieën graag een naam. Het krachtenveld waar Helena toegang tot heeft, noemt u Helios. Degene die channelt is in staat zijn energetische vermogens zodanig te richten dat hij toegang kan krijgen tot allerlei energetische krachtvelden of gidsen. Het hangt van het energetisch systeem, aura en chakra's, en van de fijnmazigheid ervan af met welk energiesysteem en welke krachtvelden iemand contact kan leggen. De fijnmazigheid van de energiestructuur van het kanaal, in dit geval Helena, en de vermogens om het kanaal dat toegang geeft tot deze krachtvelden in te zetten, bepalen de kwaliteit en de aard van de verkregen informatie. Helios heeft eigenlijk geen naam. Hij is naamloos en heeft een energetische kracht die zo sterk is dat hij deel kan uitmaken van de zeven universele Godsprincipes. Helios heeft samen met de essentie van Helena een naam uitgezocht die aansluit op dat wat Helios is: een zonnegod. In die zin dat de energetische kracht van Helios een onderdeel is van de goddelijke universele principes.